Kinderboeken laten kinderen lachen, dromen en nieuwe werelden ontdekken. Maar soms doen ze nog iets belangrijkers. Ze helpen woorden geven aan wat moeilijk te begrijpen is. Zoals de dood. Of het verdriet dat achterblijft wanneer iemand er niet meer is.
Wie daar alles over weet, is de Nederlandse rouwdeskundige en auteur Riet Fiddelaers-Jaspers. Ze is verbonden aan het Expertisecentrum Omgaan met verlies en zet zich al meer dan dertig jaar in voor kinderen en jongeren die met verlies te maken krijgen. Ze schreef tientallen boeken over rouw, verlies en veerkracht - en bracht generaties ouders, leerkrachten en hulpverleners dichter bij de leefwereld van kinderen in rouw.
Volgende maand verschijnt bovendien haar nieuwste boek, Opgroeien met gemis. En opnieuw staat daarin centraal wat haar al die jaren heeft gedreven: kinderen serieus nemen.
Toen Riet zo'n dertig jaar geleden haar eerste boek over rouw bij kinderen schreef, was daar nog opvallend weinig aandacht voor. Er werd nog te weinig stilgestaan bij de vragen en noden van kinderen die met een verlies te maken kregen. Terwijl ook zij proberen te begrijpen wat er gebeurd is.
Riet zag hoe groot hun behoefte was aan eerlijke uitleg en betrokkenheid. En dat ze daarin niet alleen stond, werd al snel duidelijk. Er bleek een grote behoefte aan kennis en handvatten rond rouw bij kinderen, bij ouders, leerkrachten en hulpverleners.
Vandaag is er veel veranderd, maar de boodschap van Riet bleef dezelfde.: “Kinderen hebben het recht om erbij te horen, ook wanneer er verdrietige dingen gebeuren. Maar net daar wringt het soms nog. Volwassenen willen kinderen beschermen en houden hen daarom weg van moeilijke gesprekken of gebeurtenissen. Begrijpelijk”, vindt ze, “maar niet altijd helpend.”
Met de beste bedoelingen sluiten we kinderen soms juist buiten. Maar net daardoor kunnen ze zich eenzaam voelen, of blijven zitten met vragen waarop ze geen antwoord krijgen.
Volgens Riet vormen verhalen voor veel kinderen een veilige brug naar moeilijke onderwerpen. Niet omdat een boek alle antwoorden geeft, maar omdat het een gesprek mogelijk maakt dat anders misschien nooit op gang zou komen.
Wanneer je samen leest, ontstaat er bovendien een ander soort contact. “Je zit naast elkaar op de bank of op schoot”, vertelt ze, “en dat voelt heel anders dan een rechtstreeks gesprek.”
“Verhalen creëren ook een veilige afstand”, legt Riet uit. “Een kind hoeft niet meteen over zichzelf te praten, maar kan eerst meekijken met een personage, een dier of een situatie uit een boek.”
Dat ziet Riet bijvoorbeeld bij Lieve Oma Pluis, van Dick Bruna. Voor het ene kind blijft het gewoon een verhaal over Nijntje. Een ander kind herkent er spontaan zijn eigen overleden oma in. Die keuze ligt altijd bij het kind zelf.
Verhalen geven bovendien woorden aan gevoelens die kinderen soms nog niet kunnen benoemen. Ze maken moeilijke emoties bespreekbaar zonder dat een kind meteen over zichzelf hoeft te praten. Daarom werkt Riet graag met beelden en metaforen. In haar boek De prins en het kasteel vertelt ze het verhaal van een prins die zich na een ingrijpende gebeurtenis terugtrekt achter hoge muren. Het kasteel voelt veilig, maar tegelijk ook eenzaam. Vanuit dat verhaal kunnen kinderen stilstaan bij hun eigen gevoelens, herkennen of zij soms ook muren rond zich optrekken – en ontdekken wat kan helpen om hun eigen kasteelpoort weer te openen.
Wie met kinderen over de dood praat, merkt al snel hoe verleidelijk het is om zachtere woorden te gebruiken. We spreken over iemand die "ingeslapen" is, "naar de hemel" ging of die we "kwijt zijn".
Toch ziet Riet daar regelmatig verwarring door ontstaan.
“Kinderen nemen taal namelijk veel letterlijker dan volwassenen. Wanneer iemand "slaapt", kan die toch weer wakker worden? En als opa "kwijt" is, kunnen we hem dan niet gewoon terugvinden?”
Daarom pleit ze al jaren voor duidelijke taal. Het woord dood klinkt voor volwassenen soms hard, maar is voor kinderen vaak veel begrijpelijker dan allerlei omwegen.
Dat betekent niet dat volwassenen altijd meteen een antwoord klaar moeten hebben. Integendeel: “Volwassenen hoeven het hier niet ‘perfect’ te doen – en wie het antwoord niet weet, mag dat gerust toegeven. En ook eerlijk zeggen dat een vraag even te moeilijk of te verdrietig voelt, is een goed antwoord.” Het belangrijkste is dat een kind voelt dat zijn vraag er mag zijn.
Dat kinderen anders naar verlies kijken, merkt Riet al haar hele carrière lang.
Zo vertelt ze over een meisje van negen van wie de moeder gecremeerd zou worden. “Midden in een gesprek vroeg het kind plots hoe lang het duurt voordat mama verbrand is. De volwassenen in de kamer schrokken van haar directheid, maar voor het meisje zelf was het gewoon een praktische vraag. Het beste wat je dan kan doen, is iets zeggen als: ‘Goh? Goede vraag van jou. Een uurtje?’. Ze knikte, zei ‘oh’ en ging weer verder spelen. Want zo doen kinderen dat.” Of je zegt dat je dat niet weet en het gaat navragen.
Het is een voorbeeld dat mooi toont hoe kinderen omgaan met moeilijke onderwerpen. Ze kunnen diep verdrietig zijn, nieuwsgierig zijn én daarna gewoon verder spelen. Allemaal op dezelfde dag.
Daarom vindt Riet het belangrijk om goed te kijken naar wat een kind werkelijk wil weten. “Sommige kinderen blijven vragen stellen. Andere hebben genoeg aan een kort antwoord. Er bestaat geen standaardaanpak. Elk kind heeft zijn eigen tempo en zijn eigen behoeften.”
Volgens haar hoeft eerlijk zijn ook niet te betekenen dat je elk detail vertelt. Belangrijker is om af te stemmen op wat een kind op dat moment wil en kan begrijpen. Soms stelt ze daarom eerst een tegenvraag: "Wil je dat echt weten?" Dat geeft een kind de tijd om na te denken. Het gebeurt regelmatig dat het dan zelf besluit: "Nee, eigenlijk niet."
We denken bij kinderboeken vaak meteen aan leesplezier. Terecht, vindt Riet. Maar boeken doen veel meer dan alleen ontspannen.
“Ze openen werelden die kinderen nog niet kennen. Ze laten hen kennismaken met ervaringen waarmee ze later misschien te maken krijgen. En ze bieden ouders een hulpmiddel om moeilijke gesprekken op gang te brengen.”
Soms gebeurt dat via een verhaal. Soms via een boek dat heel praktisch uitlegt wat er gebeurt wanneer iemand sterft of hoe een uitvaart verloopt.
Zelf schreef Riet verschillende boeken die kinderen op hun eigen manier ondersteunen. Voor de allerjongsten maakte ze bijvoorbeeld Bo de Beer, een boekje dat uitlegt wat er gebeurt rond een afscheid of uitvaart.
“Dat boek ontstond op vraag van mijn dochter die uitvaartondernemer is. En zij vertelt dat jonge kinderen het meenemen naar afscheidsdiensten of gebruiken om beter te begrijpen wat er rondom hen gebeurt. En dat was precies de bedoeling: ook kleine kinderen willen tenslotte begrijpen wat er aan de hand is. Wanneer iemand de tijd neemt om dat uit te leggen, voelen ze zich serieus genomen”, legt Riet uit.
Waar er vroeger slechts enkele kinderboeken over verlies beschikbaar waren, ziet Riet vandaag een rijk aanbod aan mooie verhalen. “En dat is goed nieuws, want kinderen hebben niet hun hele leven hetzelfde boek nodig.”
Een van de belangrijkste inzichten die ze doorheen de jaren verzamelde, is dat kinderen mee groeien met hun verlies. “Een kind dat op driejarige leeftijd een ouder verliest, kijkt daar op zes of negen jaar anders naar. Niet omdat het verdriet groter wordt, maar omdat het kind nieuwe dingen begrijpt en andere vragen krijgt.”
Daarom vindt ze het belangrijk dat volwassenen blijven luisteren, ook wanneer een verlies al jaren geleden plaatsvond. Want een verlies is volgens haar niet iets waar een kind op een bepaald moment gewoon ‘over’ is: het blijft deel uitmaken van wie iemand is en hoe die persoon opgroeit. En precies daarom blijven gesprekken belangrijk.
Wanneer we haar vragen welke boodschap ze ouders, grootouders en leerkrachten wil meegeven, hoeft Riet niet lang na te denken.
“Ga af en toe door je knieën”, zegt ze. “Letterlijk én figuurlijk. Kijk naar het kind. Luister naar de vragen achter de vragen. Gebruik woorden die het begrijpt. Neem de tijd. En laat het voelen dat het erbij hoort.”
En misschien is dat uiteindelijk ook wat goede kinderboeken doen. Ze gaan op ooghoogte zitten. Ze maken moeilijke dingen begrijpelijk zonder ze weg te stoppen. En vooral: ze laten kinderen voelen dat ze niet alleen zijn.
Ben je op zoek naar leesmateriaal voor jouw kind – of kinderen in je omgeving? Riet stelde een leeslijst samen voor DELA: zo hoef jij daar zelf niet naar op zoek te gaan.
1. Overal en ergens, Pimm van Hest. Clavis Uitgeverij
Prachtig prentenboek voor kinderen vanaf 5 jaar. De mama van Jolanda is dood maar ze moet toch ergens zijn. Dus gaat Jolanda op zoek.
2. Het alfabet voor groot verdriet, Uus Knops. Borgerhoff & Lamberigs
Een voorleesboek met het ABC van alles wat met verlies, verdriet en afscheid te maken heeft.
3. Groter dan een droom, Jef Aerts & Marit Törnqvist. Singel uitgevers
Een troostrijk verhaal waarin een jongen zijn zusje voor het eerst ontmoet. Samen maken ze een onvergetelijke reis die precies één nacht duurt.
4. Doodgewoon, Bette Westra. Gottmer
Boek met prachtige gedichten over verlies en verdriet.
5. Grote boom is ziek (Pelckmans) & Toverdruppels en De wensbloem (Van Halewyck) Nathalie Slosse.
Boeken over ziek zijn en doodgaan.
1. De prins en het kasteel. Heeze: In de Wolken.
Over een prinsje dat iets verdrietigs meemaakt en zich dan verschanst in het kasteel met hoge muren en de ophaalbrug omhoog. Een prinsesje helpt hem de sleutel van de poort weer te vinden.
2. Bo de Beer neemt afscheid. Heeze: In de Wolken
Een voorlees- en kleurboekje voor de allerkleinsten over afscheid nemen van iemand dichtbij hen. Er is ook een app beschikbaar.
3. Als iemand doodgaat. Heeze: In de Wolken
Een boekje voor kinderen die zelf willen lezen. Met informatie over doodgaan en de uitvaart.
4. Waar ben je nu, zie jij me nog? Heeze: In de Wolken
Boek met verhalen en gedichten rond dood en afscheid om voor te lezen aan kinderen.
5. Ik zal je nooit vergeten. Heeze: In de Wolken
Herinneringsboek voor kinderen om zelf in te vullen.
6. Opgroeien met gemis. Handboek verlies en rouw bij kinderen, jongeren en jongvolwassenen.
Een boek voor professionals en ouders waarbij ieder hoofdstuk voorafgegaan wordt met een verhaal dat kinderen woorden aanreikt voor hun ervaringen en gevoelens.